
Paul Hoenderdos voelde zich van jongs af aan – nog onbewust – aangetrokken tot harde materialen, waaronder steen. En hoe door erosie en andere natuurlijke of kunstmatige processen deze materialen vervormd konden worden: en soms dus mooier konden worden. Voorbeelden hiervan te over, zowel in de natuur als door mensenhanden bewerkt.
Steen in de natuur is er in overvloed en zo was hij menigmaal op vakantie in de Alpen. Waarderen van steen als kunstuiting kwam pas later. Tijdens zijn werkzame leven was er nauwelijks tijd, maar toch kocht hij 2000 zijn eerste steen in een Oostenrijkse winkel: een stuk speksteen. Twee jaar later was het raak toen hij in Italie op vakantie was: bij de marmergroeven van Carrara.
Vanaf toen was hij gegrepen door de veelzijdigheid van steensoorten en de technieken om steen te bewerken. Hij is aan de slag gegaan en heeft door zelfstudie en uitproberen zich de vaardigheden als beeldhouwer eigen gemaakt. Hij beschouwt zichzelf als een autodidact. Eerst werkte hij met speksteen, maar daarna kwamen serpentijn, albast en marmer in beeld. Het begon met ruwe steen tot 5 kg, maar dat liep in de de jaren o[ tot 50 kg.
Zijn activiteiten kwamen in een stroomversnelling nadat hij in 2013 stopte met zijn werk als interim en projectmanager.

Anderen schreven over hem “Paul is verslingerd aan steen. Maar voor hem is beeldhouwen vooral spelen met steen. Zijn werk valt op door de zorg en aandacht waarmee het is gemaakt. Hij zoekt altijd naar een mooie balans tussen vorm, materiaal en betekenis. Zijn beelden zijn vaak abstract en hebben vloeiende, natuurlijke vormen. Ze laten ruimte voor eigen interpretatie, iedereen kan er het zijne in zien”